
Jezus en de Samaritaanse vrouw.
Joh.4:5-7 Zo kwam Hij bij de Samaritaanse stad Sichar, dicht bij het stuk grond dat Jakob aan zijn zoon Jozef gegeven had, waar de Jakobsbron is. Jezus was vermoeid van de reis en ging bij de bron zitten; het was rond het middaguur. Toen kwam er een Samaritaanse vrouw water putten. Jezus zei tegen haar: Geef Mij wat te drinken.
Op een van Zijn reizen door Israël kwam Jezus op gegeven moment bij het dorpje Sichar dat in het noordelijke deel van Israël lag; dit gebied werd bewoond door Samaritanen, en dat waren mensen waarvan vorige generaties als ballingen naar het land van Israël gedeporteerd waren (2Kon.17:24-33). Dat was de reden waarom rasechte Joden beslist niet met deze mensen wilden omgaan (Joh.4:9). Maar Jezus had totaal geen last van rassendiscriminatie in Zijn hart en Hij sprak haar openlijk aan; de manier waarop Jezus met deze vrouw omging, bevat voor ons een diepe les in het bruidsperspectief van het koninkrijk van God.
A: Een tragisch verleden en heden.
Joh.4:17-18 Ik heb geen man, zei de vrouw. U hebt gelijk als u zegt dat u geen man hebt, zei Jezus, u hebt vijf mannen gehad, en degene die u nu hebt is uw man niet. Wat u zegt is waar.
Deze Samaritaanse vrouw had een ongelukkig leven achter de rug; want als een door God geschapen mens had ook zij een ingeboren verlangen naar liefde, maar zij was op dat terrein diep teleurgesteld geraakt. Ze was er niet in geslaagd om de emotionele honger in haar hart en de hunkering in haar geest te laten verzadigen door mensen, want ze was al vijf keer getrouwd geweest, maar had daarna de moed opgegeven. Ze woonde weliswaar met een andere man samen, maar ze was niet meer met hem getrouwd, zo groot was haar desillusie over het huwelijk. Ze had haar leven lang gehoopt dat mensen haar de liefde zouden kunnen geven waar ze zo wanhopig naar zocht, maar tevergeefs.
Jer.2:13 Twee wandaden heeft Mijn volk begaan: het heeft Mij verlaten, de bron van levend water, en het heeft waterkelders uitgehouwen, kelders vol scheuren, waarin het water niet blijft staan.
Jer.17:5-6 Vervloekt wie op een mens vertrouwt, wie zijn kracht ontleent aan stervelingen,
wie zich afkeert van de HEER. Hij is als een struik in een dorre vlakte, hij merkt de komst van de regen niet op. Hij staat in een steenwoestijn, in een verzilt en verlaten land.
Deze woorden van Jeremia waren behoorlijk op haar van toepassing, want zij had levend water gezocht bij mannen, maar deze mannen bleken zelf vol scheuren te zitten, waardoor haar hunkering naar liefde voortdurend wegliep in het niets. En omdat zij haar vertrouwen in mannen had geprobeerd te stellen, werd zijzelf als een struik in een dorre vlakte; de liefde die zij zocht bleef voor haar onbereikbaar ver.
Haar vertrouwen in mensen was diep geschonden, maar daardoor had zij zichzelf in een emotioneel isolement gebracht, waardoor haar eenzaamheid alleen nog maar vergroot werd. Ze beschermde weliswaar haar hart tegen verdere emotionele verwonding (Spr.4:23), maar wel op een verkeerde manier. Vanwege haar slechte reputatie en haar isolement had ze zichzelf eraan gewend om op het heetst van de dag naar de put te gaan om water te halen (vers 6-7); dit was het slechtst mogelijke moment om water te halen, want het was bloedheet. En zo ontmoette Jezus haar in haar isolement.
B: De zuivere visie van Jezus.
Jes.11:3 Hij ademt eerbied voor de HEER; Zijn oordeel stoelt niet op uiterlijke schijn, noch grondt Hij Zijn vonnis op geruchten.
Joh.5:22+30 De Vader Zelf velt over niemand een oordeel, maar Hij heeft het oordeel geheel aan de Zoon toevertrouwd……Ik kan niets doen uit Mijzelf: Ik oordeel naar wat Ik hoor, en Mijn oordeel is rechtvaardig omdat Ik Mij niet richt op wat Ik Zelf wil, maar op de wil van Hem die Mij gezonden heeft.
Jezus zag deze vrouw aankomen en Hij keek onmiddellijk dwars door haar heen, omdat de Heilige Geest Hem alles over deze vrouw liet zien, wat Jezus weten moest om haar te kunnen helpen. Hij zag haar nood, maar Hij keek dieper in haar hart dan alleen maar naar de omvang van haar problemen; als Koning-Bruidegom zag Hij in haar een potentiële Bruid. Want ook in haar had God de mogelijkheid tot het bruidsperspectief van Gods koninkrijk geschapen; ook zij was geroepen om een eeuwige liefdesrelatie met Jezus Christus de Zoon van God te hebben. En daarom lokte Jezus haar in de val van Zijn eeuwige liefde; via natuurlijke beelden leidde Jezus deze vrouw op weg naar het eeuwige bruidsperspectief. En daarbij openbaarde Jezus de conditie van Zijn eigen hart, het hart van een verlangende Bruidegom die dorst heeft naar Zijn Bruid.
C: De dorstige Christus.
Joh.4:7b Jezus zei tegen haar: Geef Mij wat te drinken.
Natuurlijk had Jezus na Zijn lange reis en vanwege het hete weer gewone menselijke dorst naar gewoon aards water; in alle opzichten was Jezus mens geworden en dus had Hij ook dorst wanneer Hij een aantal uren geen water gedronken had. In Israël moet men namelijk minimaal 2 liter water per dag drinken. Maar Jezus gebruikte Zijn natuurlijke dorst om de vrouw attent te maken op Zijn geestelijke dorst; want in dit zelfde evangelie van Johannes spreekt Jezus nog een keer over Zijn dorst.
Joh.19:28 Toen wist Jezus dat alles was volbracht, en om de Schrift geheel in vervulling te laten gaan zei Hij: Ik heb dorst.
Om het bruidsperspectief van het koninkrijk van God volledig in vervulling te kunnen laten gaan had God de Vader een lege ruimte in het hart van Zijn Zoon Jezus gecreëerd, zodat er een verlangen in het hart van Jezus ontstond naar een Bruid die de Vader voor Hem bestemd had. Om deze reden was Jezus als mens naar de aarde gekomen, omdat Hij Zijn Bruid alleen maar op de aarde kon vinden; want de Bruid bestaat uit mensen, zoveel mensen als maar mogelijk is. Jezus moest zelfs de weg van het kruis gaan om deze Bruid voor Zichzelf te kunnen winnen, maar het vooruitzicht op de vreugde van het genieten van Zijn eigen Bruid motiveerde Jezus om inderdaad de weg van het kruis te gaan.
Hebr.12:2 Laten we daarbij de blik gericht houden op Jezus, de grondlegger en voltooier van ons geloof: denkend aan de vreugde die voor Hem in het verschiet lag, liet Hij Zich niet afschrikken door de schande van het kruis. Hij hield stand en nam plaats aan de rechterzijde van de troon van God.
En vanaf het moment dat de Vader in Jezus deze lege ruimte van verlangen in Zijn hart schiep heeft Jezus dorst gehad, en tot aan het moment waarop het grote bruiloftsmaal van het Lam gaat plaatsvinden (Openb.19:7-9) zal Jezus nog dorst hebben naar Zijn Bruid. Zo heeft de Vader het gewild! Dus toen Jezus deze Samaritaanse vrouw zag en ook haar beschadigde en onvervulde verlangen naar liefde, werd Hij met een diep medelijden bewogen en verlangde Hij ernaar om haar onverzadigde hart te vullen met Zijn hartstochtelijk gepassioneerde liefde voor mensen. Jezus sprak de volle waarheid toen Hij tegen deze vrouw zei dat Hij dorst had, maar Zijn dorst sprak van een eeuwig verlangen om haar samen met vele miljoenen anderen te maken tot Zijn Bruid.
D: De dorstlessende Christus.
Joh.4:10 Jezus zei tegen haar: Als u wist wat God wil geven, en Wie het is die u om water vraagt, zou u Hém erom vragen en dan zou Hij u levend water geven.
De Samaritaanse vrouw was stomverbaasd dat Jezus, een Joodse man, haar om water durfde te vragen, want Joden zouden nooit hulp hebben gezocht bij Samaritanen. En Jezus besefte natuurlijk dat zij totaal geen idee had Wie er voor haar stond; zij was aanwezig bij de mensgeworden God van Israël, de Joodse Messias die komen zou om zuiver levend water aan de mensen te geven. Maar Jezus wist één ding wel, namelijk dat zodra zij in de gaten zou hebben wie Hij was, zij Hem onmiddellijk om dit eeuwige levende water zou vragen. Jezus wist dat Hij het enige antwoord was op haar hunkerende verlangen naar liefde, een liefde die niet door andere mensen te verzadigen was.
En Hij was inderdaad gekomen om deze door God geschapen dorst te lessen met het water van de Heilige Geest. Jezus was niet alleen de dorstige Christus, maar ook de dorstlessende Christus; Hij was gekomen om te geven zodat Hij daarna zou kunnen terugontvangen. Dat was de vreugde die voor Hem in het verschiet lag, en daarom was Jezus bereid om ook voor deze vrouw naar het kruis te gaan. Jezus was gekomen om te geven en niet om te ontvangen (Matt.20:28), maar Hij wist dat Hij ook uit haar leven de liefde zou kunnen terugontvangen die Hij haar Zelf zou geven.
E: Een smal referentiekader.
Joh.4:11-12 Maar heer, zei de vrouw, u hebt geen emmer, en de put is diep; waar wilt u dan levend water vandaan halen? U kunt toch niet meer dan Jakob, onze voorvader? Hij heeft ons die put gegeven en er zelf nog uit gedronken, en ook zijn zonen en zijn vee.
In Gen.26:12-22 is er sprake van een periode van conflicten tussen Isaäk en de Filistijnen en dit conflict draaide om waterbronnen; Isaäk was namelijk in die tijd bijzonder rijk geworden (vers 12), maar voor het onderhouden van zijn grote kudden vee had hij veel drinkwater nodig voor zijn dieren. Daarom groeven zijn knechten op allerlei plekken waar ze waterbronnen hoopten te vinden. Het verschil tussen een bron en een put was, dat in een bron water naar boven borrelde vanwege de ondergrondse waterdruk, terwijl in een put het waterniveau erg laag bleef staan en men vaak diep moest afdalen om water met kruiken naar boven te halen. Het water in een put was dus stilstaand water, maar het water in een bron was opborrelend water, en dat water noemde men levend water (vers 19); de NBV vertaalt dit helaas met helder water.
In de tijd van Jezus was een van deze bronnen allang uitgeput in zijn kracht, en alles wat er overgebleven was, was een put met slechts een laagje water op de bodem. Daarom zei de Samaritaanse vrouw ook dat de put diep was, en dat een emmer of kruik nodig was om het water naar boven te kunnen halen. Haar referentiekader voor levend water was dus een heel gewoon natuurlijk spraakgebruik, maar Jezus bedoelde iets heel anders met levend water. Daarmee doorkruiste Jezus het smalle denkpatroon van deze vrouw om haar mee te nemen naar het eeuwige perspectief van levend water in het koninkrijk van God.
F: Het levende water van Gods koninkrijk.
Joh.4:13-14 Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen, zei Jezus, maar wie het water drinkt dat Ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat Ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.
Joh.7:37-39 Op de laatste dag, het hoogtepunt van het feest, stond Jezus in de tempel, en Hij riep: Laat wie dorst heeft bij Mij komen en drinken! Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in Mij gelooft, zo zegt de Schrift. Hiermee doelde Hij op de Geest die zij die in Hem geloofden zouden ontvangen; de Geest was er namelijk nog niet, want Jezus was nog niet tot Gods majesteit verheven.
Jezus nam de Samaritaanse vrouw mee naar het perspectief van het koninkrijk van God, waarin mensen een door God geschapen dorst hebben die ze kunnen verzadigen met het levende water van de Heilige Geest. In Joh.7:39 wordt duidelijk gesteld dat de Heilige Geest de bron is van het levende water waarmee mensen in het kader van het bruidsperspectief hun dorst kunnen lessen bij de hemelse Bruidegom Jezus Christus. Het hoofddoel van de Heilige Geest is namelijk om Jezus te eren als de hemelse Bruidegom die door God de Vader voorbestemd is om uit de mensheid een eeuwige Bruid te ontvangen. Het bruidsperspectief tussen Jezus de Bruidegom en de gemeente als Bruid staat centraal in al het handelen van de Heilige Geest.
Joh.16:13-15 De Geest van de waarheid zal jullie, wanneer Hij komt, de weg wijzen naar de volle waarheid. Hij zal niet namens Zichzelf spreken, maar Hij zal zeggen wat Hij hoort en jullie bekendmaken wat komen gaat. Door jullie bekend te maken wat Hij van mij heeft, zal Hij Mij eren. Alles wat van de Vader is, is van Mij; daarom heb Ik gezegd dat Hij alles wat Hij jullie bekend zal maken, van Mij heeft.
En Jezus bood de Samaritaanse vrouw het levende water van het bruidsperspectief aan; daarmee nodigde Hij haar uit om deel te komen uitmaken van de Bruid van Christus. In feite vroeg Hij haar daarmee ten huwelijk, een geestelijk en eeuwig huwelijk, maar deze vrouw was nog lang niet zover dat Hij haar dat duidelijk kon maken. Ze zou zeer waarschijnlijk Zijn geestelijke uitnodiging vertaald hebben naar een natuurlijk huwelijksaanzoek, en dat zou de verwarring in haar hart alleen maar vergroot hebben. Maar Jezus bood haar wel de enorme verzadiging van het bruidsperspectief aan zonder dat zij in staat was de diepte van Zijn uitnodiging te doorgronden.
G: Aanbidding als vrucht van het levende water.
Joh.4:23-24 Maar er komt een tijd, en die tijd is nu gekomen, dat wie de Vader echt aanbidt, Hem aanbidt in Geest en in waarheid. De Vader zoekt mensen die Hem zo aanbidden, want God is Geest, dus wie Hem aanbidt, moet dat doen in Geest en in waarheid.
In de verzen 15 t/m 19 ontmaskerde Jezus het geheim van de vrouw, en zij had onmiddellijk in de gaten dat Jezus in ieder geval een profeet was. Om de een of andere reden veranderde zij het gesprek met Jezus in een conversatie over religie; en ze stelde de juiste plaats van aanbidding ter discussie, omdat er een groot verschil van mening bestond tussen de Joden en de Samaritanen over wat de ware plaats van aanbidding was (vers 20). Jezus maakte van de gelegenheid gebruik om haar duidelijk te maken dat waarachtige aanbidding niet gebonden is aan een natuurlijke lokatie, maar aan de conditie van de inwendige mens. De echte aanbidder behoort God te aanbidden door de inspiratie van de Heilige Geest vanuit zijn menselijke geest en dat met een hartsgesteldheid die diepgeworteld is in de waarheid.
Deze aanbidding kan alleen uit de mens voortkomen wanneer hij door God is uitgenodigd om d.m.v. wedergeboorte het bruidsperspectief binnen te stappen. Aanbidding wordt daarna een expressie van de mens die verliefd is geworden op Jezus, omdat Jezus hem of haar heeft uitgenodigd deel uit te maken van de Bruid van Christus. En daarom openbaarde Jezus haar vervolgens Zijn identiteit als Joodse Messias, en dat was iets wat Hij nooit in het openbaar deed behalve later nog één keer in Joh.9:35-39. Maar dit zijn twee uitzonderingen op de regel dat Jezus Zijn eeuwige identiteit als Zoon van God nooit Zelf aan de mensen bekendmaakte; want mensen konden alleen door de openbaring van de Heilige Geest ontdekken dat Jezus de Zoon van God was (Matt.16:17, Joh.6:44).
H: De Bruidegom plukt de vruchten.
Joh.4:28-30 De vrouw liet haar kruik staan, ging terug naar de stad en zei tegen de mensen daar: Kom mee, er is iemand die alles van mij weet. Zou dat niet de Messias zijn? Toen gingen de mensen de stad uit, naar Hem toe.
Joh.4:39-42 In die stad kwamen veel Samaritanen tot geloof in Hem door het getuigenis van de vrouw: Hij weet alles van me. Ze gingen naar Hem toe en vroegen Hem bij hen te blijven. Toen bleef Hij nog twee dagen. Nog veel meer mensen kwamen tot geloof door wat Hij zei; ze zeiden tegen de vrouw: Wij geloven nu niet meer om wat jij gezegd hebt, maar we hebben Hem zelf gehoord en we weten dat Hij werkelijk de redder van de wereld is.
Jezus nodigde de Samaritaanse vrouw uit om te komen drinken van het levende water van de Heilige Geest in het kader van het bruidsperspectief, omdat Hij de dorstige Christus was die ernaar verlangde om haar dorst te verzadigen en uit haar verzadiging Zelf weer Zijn dorst te kunnen lessen. Hij onderwees haar over het ware karakter van aanbidding, namelijk als een expressie van liefde voor God die Zelf als eerste Zijn liefde gaf aan mensen. Deze vrouw had nog maar net iets geproefd van dit levende water van het bruidsperspectief, of zij ging terug naar haar woonplaats en begon onmiddellijk tegen haar dorpsgenoten te getuigen over Jezus. Het gevolg was dat veel Samaritanen naar Jezus toe gingen, naar Hem luisterden en Hem vroegen of Hij nog langer bij hen zou willen blijven. Jezus bleef nog twee dagen in Sichar en het resultaat daarvan was dat veel Samaritanen tot geloof in Hem kwamen.
Zo begon dit verhaal met de dorstige Christus die uiteindelijk de dorstlessende Christus bleek te zijn; en door Zijn onderwijs en bediening kwamen velen tot geloof die daardoor deel kregen aan het bruidsperspectief en aanbidders werden in geest en in waarheid. En zo plukte Jezus als de Bruidegom de vruchten van Zijn eigen liefdevolle investering in het leven van een wanhopige vrouw, die uitgroeide tot een getuige van Jezus en een aanbidster van de Vader.
Jes.55:1 Hierheen! Hier is water, voor ieder die dorst heeft. Kom, ook al heb je geen geld.
V.v.d.B.
Bron: Internet
|
Een rivier vol van vrede,
een rivier vol van vrede,
een rivier vol van vrede
in mijn hart.
een rivier vol van vrede,
een rivier vol van vrede,
een rivier vol van vrede
in mijn hart.
Een fontein vol van blijdschap, )
een fontein vol van blijdschap, )2x
een fontein vol van blijdschap, )
in mijn hart. )
Ik heb lief als mijn Jezus, )
ik heb lief als mijn Jezus, )2x
ik heb lief als mijn Jezus, )
in mijn hart.
Een rivier vol van vrede, )
een fontein vol van blijschap, )2x
ik heb lief als mijn Jezus, )
in mijn hart. )